De voorstelling is ontstaan na het maken van een masker: de mannetjesvogel.
Omdat Patricia solo speelt en haar personages dus altijd een voor een ten
tonele gevoerd moeten worden ontstond uit deze beperking de vrouwtjesvogel
als object. Toen konden ze tegelijkertijd zichtbaar zijn.
Dan heb je een vogelpaar dat er prachtig uitziet en begint het fantaseren
over de situatie waarin dit vogelpaar zou kunnen zitten. Het beeld nodigt
aldus uit tot het verhaal en niet omgekeerd.
Patricia: "Als het goed gaat verras ik mijzelf, ontstaan er objecten die ik
niet bedenk maar die zichzelf scheppen".